top ^

Wil je naar Rusland? Wat let je? Zeg je baan op en koop een ticket Jelle Brandt Corstius pleit voor betrokkenheid en risico’s

 

“Ik was in Ethiopië, in de jungle toen ik een mailtje kreeg van de RuG. Of ze me mochten bellen, want er was iets wat ze graag persoonlijk met me wilden bespreken. Ik heb teruggemaild dat dat echt niet ging. En toen bleek dat ze wilden checken of ik op de Alumnus-van-het-jaar-verkiezing beschikbaar zou zijn. Tot dat moment had ik nooit van de prijs gehoord.

In eerste instantie vond ik het wel gek. Ik was nooit een goede student, ben geen echte academicus.  ‘Laat ze zo’n prijs geven aan iemand die net een nieuw eiwit heeft ontdekt’, dacht ik. Op de dag zelf begreep ik dat dat óók gebeurde, geniale studenten werden in het zonnetje gezet. Míjn prijs was bedoeld voor iemand die iets bereikt had in de maatschappij. En om media-aandacht te genereren natuurlijk.

Ik mijn toespraak vertelde ik dat ik veel gehad heb aan mijn studie geschiedenis. Vooral van Antoon de Baets heb ik veel geleerd; onder meer dat je ook kritisch kunt zijn zonder te oordelen. Mijn studie journalistiek vond ik minder nuttig. Ik geloof niet dat je dat vak kunt leren op een universiteit of hogeschool. Je kunt het, of je kunt het niet. Ik heb zelf stage gelopen bij Barend en Van Dorp en dáár heb ik me ontwikkeld, in de praktijk. Misschien moet de RuG de opleiding gewoon niet aanbieden. Maar er moeten in elk geval meer mensen uit de praktijk langskomen. Het is nu allemaal wel heel veel theorie.

Als ik een groep jonge talentjes onder mijn hoede kreeg, dan zou ik ze meteen in het diepe gooien. Ze een week geven en de opdracht: kom maar terug met een mooie reportage. Mensen die dt-fouten maken zou ik er meteen uitmieteren. Dat had in Groningen ook gemogen, dat is me tegen gevallen. Ik dacht dat het een heel elitaire opleiding zou zijn, een ‘soort top of the bill’, maar uiteindelijk was het toch gewoon te makkelijk.

Ik zou ze ook aansporen te kijken naar verhalen die echt nieuw zijn, in plaats van naar waar andere journalisten over schrijven. Dat stoort me aan de Nederlandse journalistiek. Er gebeurt zoveel op de wereld, waarom gaat het dan elke avond over Wilders?

En ik zou een pleidooi voor meer betrokkenheid willen houden. Daar kijken Nederlandse journalisten vaak op neer. Alsof je pas goed bent als je altijd cynisch bent. De eerste die een harde grap kan maken over een ramp, dat zou een goede journalist zijn. Nee, het is juist goed om betrokken te zijn. Dan krijg je ook een meer persoonlijke vorm van journalisitek. Uiteindelijk ben je toch nooit helemaal objectief, dat is een illusie.

Ik lees graag internationale media, de Herald Tribune bijvoorbeeld. Nicholas Kristof is een inspiratiebron voor mij, die heeft die betrokkenheid. Hij schrijft veel over Congo, altijd op basis van zijn reizen. Hij maakt het zich daar niet gemakkelijk en wil altijd van de hoed en de rand weten. 

Ook in de toon kunnen sommige Amerikaanse media een voorbeeld zijn. Die is zakelijker, feitelijker. In Nederland begin je vaak aan een stuk en dan blijkt het een soort opsomming van hoeveel iemand weet. Dat vind ik iritant. Ik snap die nadruk op columnisten en commentatoren ook niet zo. Wat kan mij het nou schelen wat de hoofdredactie ergens van vindt? Toch worden juist die stukken enorm goed gelezen.

Een krant waar ik wel veel bewondering voor heb is NRC*Next. Die durven, die nemen risico’s en dat vind ik journalistiek heel belangrijk. Ik heb dat zelf met Zomergasten ook gedaan. Ik had aangekondigd dat ik de fragmenten niet van te voren zou bekijken, dat is spontaner. Maar het bleek een ramp te zijn. Je hersens kunnen niet drie uur lang zo geconcentreerd zijn. Je hebt ook tijd nodig om je volgende vragen te verzinnen, en dat is tijdens die fragmenten. Toch ben ik nog steeds blij dat ik het zo gedaan heb. Je moet gewoon risico’s durven nemen in het leven.

Ook in het leven, ja. Voordat ik naar Rusland vertrok had ik ook geen flauw idee waar ik aan begon, voor hetzelfde geld was ik binnen een half jaar teruggeweest. Wat ik niet wil is dat ik later denk: ‘had ik maar...’ Ik zie zo vaak dat vrienden zeggen, ‘ja, ja, ik wil ook nog wel een keer naar Rusland.’ Dan denk ik: ‘ga dan gewoon, wat let je! Je zegt je baan op en je koopt een ticket, zo moeilijk is het niet.’

Ik weet ook wel dat veel mensen er niet van houden, maar bij bij mij zat dat risico’s nemen er altijd al in. Na mijn eindexamen ben ik een jaar naar het buitenland gegaan, dat had niet gehoeven. En ik ben, hoewel ik ben opgegroeid in Amsterdam, in Groningen gaan studeren. Ik wilde een nieuwe omgeving. Ik zie nu dat mijn vrienden die in Amsterdam zijn gebleven nog met precies dezelfde mensen omgaan als vroeger. Ik heb ook dat Amsterdamse provincialisme van me afgekickt, daar ben ik blij mee.

En zoals ik ooit Amsterdam verlaten heb, ben ik nu helemaal klaar met Rusland. Ik kan het met gemak nog drie jaar uitmelken, misschien nog een serie maken. Ik merk echter dat ik eigenlijk niets meer te vertellen heb. Ik word nog heel vaak gebeld. Dan heeft Poetin weer iets gezegd en of ik daar dan een mening over heb. Dat is natuurlijk wel zo, ik volg het nieuws nog altijd, een groot deel van mijn leven is daar en ik mis het ook heel erg, maar ik wil er niets meer mee doen. Ik wil dat stempel niet, ik wil mezelf vernieuwen.

Ik ben een echte generalist, houd me met een heleboel dingen tegelijk bezig. Ik heb in de afgelopen anderhalf jaar inclusief Zomergasten drie series en drie boeken gemaakt. Daar word je moe van. Dat merk ik nu. Volgens mij loop ik al maanden tegen een burnout aan. Ik ben laatst naar Almere in plaats van naar Hilversum gereden, zo heb ik bijna de uitzending gemist. En ik was mijn schoenen vergeten, kwam ik daar aan op mijn All Stars.

Daarom heb ik nu een periode van een half jaar rust ingelast. Ik heb natuurlijk wel een paar schnabbels, maar verder moet het stil zijn, even niet met mijn kop op TV. Ik wil juist iets heel anders, mijn kookdiploma halen, in een keuken werken. Ik vind koken heel leuk en volgens mij is het ook  goed om ook iets met je handen te doen, niet alleen maar altijd met je hoofd bezig te zijn.

Verder wil ik graag Hindi leren. Mijn volgende VPRO-serie gaat namelijk over India. Dat is natuurlijk een heel groot land met heel veel talen, maar Hindi is de grootste. Ik weet nog niet of ik de lessen in Bombay of Delhi ga volgen, misschien wel allebei. Om de serie te kunnen maken is het denk ik belangrijk dat ik een paar keer alleen door India gereisd heb. India trekt om dezelfde reden als Rusland, de chaos lijkt me prachtig.

De kans is bovendien groot dat ik opnieuw gevraagd word voor Zomergasten. Ik weet nog niet of ik dat wel wil. Iedereen heeft er altijd wat over te zeggen, te zeiken. Je staat als presentator wel heel erg in het middelpunt van de discussie. Dat wist ik vantevoren, en ik wist dat mijn huid dik genoeg zou zijn, anders had ik de baan niet aangenomen. Tóch was de afgelopen periode wel erg onrustig. Ik moet er dus eerst over nadenken. Daar heb ik de tijd voor: de India-serie wordt pas in het voorjaar van 2012 uitgezonden.”

 

CV Jelle Brandt Corstius

Brandt Corstius (1978) haalde in 2004 zijn diploma geschiedenis en journalistiek aan de RuG.  Daarna werkte hij enige tijd als redacteur bij Barend en Van Dorp. Vervolgens vertrok hij naar Moskou, waar hij aan de slag ging als correspondent voor dagblad Trouw. Ook maakte hij er de bekroonde VPRO-series ‘Van Moskou tot Magadan’ en ‘Van Moskou tot Moermansk’. Bij dezelfde omroep presenteerde hij dit jaar Zomergasten. Hij is auteur van ‘Rusland voor gevorderden’, ‘Kleine landjes’ en ‘Van Moskou tot Medan’ en schrijft een wekelijkse column voor Het Parool.